De digitale zittingen: Over fundamentele grondrechten en dramaturgie van het pleidooi achter een (web)camera.

Par Michel Segers, advocaat bij FLINN ingeschreven aan balie van Brussel NL

De op twee na langste regeringsonderhandelingen hebben eindelijk hun beslag gekend.  Voor het departement justitie zou er ruim een half miljard euro voorzien zijn om Justitie zelf te moderniseren en nog eens een kwart miljard om de gerechts­gebouwen en gevangenissen aan te pakken. De nieuwbakken Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne wil justitie (verder) digitaliseren.  Het spreekt voor zich dat op dat moment de digitale zittingen en de promotie van de schriftelijke procedure terug op de agenda zullen komen van de nieuwe minister. In dat kader was het dan ook uitermate boeiend om het webinar te volgen van Mr. Jean-François Henrotte en Mr. Jennifer Waldron die verschillende facetten van de videozittingen hebben belicht.

State of play – digitale zitting in huidig rechtstelsel

In het begin van het webinar werd een “state of play” gegeven over de plaats van de digitale zittingen binnen het huidige wetgevend kader en de recente rechtspraktijk naar aanleiding van de gezondheidscrisis.

De principiële uitgangspositie van de OBFG blijft dat zij zich verzet tegen een veralgemening van de digitale zitting (voor strafzaken) doch dat zij zich zeker niet verzet tegen de digitale behandeling voor inleidingen, uitstel, kalender, etc,…).  Mr. Henrotte herinnert ons aan een arrest van 21.06.2018 van het Grondwettelijk Hof  (Arrest nr. 76/2018) waarbij een eerder wetsvoorstel nietig werd verklaard. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat het loutere argument van de dure transportkosten van gedetineerden geen voldoende en proportioneel gerechtvaardigd doel kan zijn om zittingen voor de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling digitaal te laten verlopen. Het nietig verklaarde wetsontwerp voorzag ook geen enkel artikel over de rol van de advocaat in zulke procedure. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – in haar arrest Marcello Viola (EHRM 05.10.2006) – kan een digitale zitting in strafzaken wel gerechtvaardigd zijn omwille van redenen van openbare orde, veiligheid voor getuigen, vermindering van termijnen en vereenvoudiging en versnelling van strafzaken.

Corona Pot-Pourri: voorlopig afgevoerd?

Na de coronacrisis werd door de toenmalige Minister Geens via twee CD&V parlementsleden een nieuw wetsvoorstel neergelegd dat de koosnaam “Corona Pot-Pourri” kreeg. In dit zeer uitgebreide wetsvoorstel werd een “verbeterde” versie van het vroegere wetsontwerp opgenomen waarbij opnieuw de digitale zittingen in strafzaken op een verregaande manier zouden worden veralgemeend. Volgens het nieuwe wetsvoorstel zouden de rechtbanken in strafzaken de digitale zitting kunnen bevelen indien dit noodzakelijk zou zijn voor de volksgezondheid, om de veiligheid van de andere partijen te waarborgen, om de vervoerstijd van gedetineerden te verminderen en de procedure te versnellen. Het spreekt voor zich dat deze argumenten zo goed als in alle gevallen aan de orde zouden zijn. Bovendien zou er geen beroep openstaan tegen de beslissing van de rechter om de zitting digitaal te laten verlopen…

Het wetsvoorstel zorgde voor een storm van kritiek binnen de advocatuur en magistratuur en werd weggestemd in het parlement. Nu dat de nieuwe regering is geïnstalleerd, kunnen er echter opnieuw wetgevende initiatieven ter bevordering van de digitalisering verwacht worden.

Het spreekt voor zich dat de digitalisering onmiskenbare voordelen heeft, maar dan moet dit wel met respect voor de essentiële normen voor een eerlijk en openbaar proces gebeuren. Bovendien moet de nodige performante software bestaan die een eerlijk normaal en openbaar proces kunnen simuleren.

Mr. Henrotte merkte in zijn betoog hierover op dat het onmogelijk is om met de bestaande technologie van het Ministerie van Justitie (Cisco Webex), een vertrouwelijk gesprek te voeren voor en tijdens de digitale zitting. Het spreekt voor zich dat dit essentieel is voor de goede behartiging van de belangen van de cliënt. Ook bestaat er op dit moment een maximumcapaciteit van 6 personen om deel te nemen aan eenzelfde zitting met de huidige licentie van Webex.

Dramaturgie van het digitale pleidooi

De digitale zittingen zullen vroeg of laat een rol krijgen binnen de rechtspraktijk. Het is interessant en belangrijk om nu reeds stil te staan bij de wijze waarop dit digitaal pleidooi moet worden gebracht. De advocaten die reeds een digitaal pleidooi hebben gebracht weten dat de theatraliteit van een camera sterk verschilt van een zittingszaal .

Mr. Jennifer Waldron bracht een aantal boeiende aandachtspunten naar voren en gaf volgende tips en beschouwingen mee:

  • U moet een achtergrond kiezen waarbij u zich goed voelt maar zonder dat deze “te druk” overkomt. Zo is een compleet neutrale witte of grijze achtergrond zonder meubels, schilderijen of ander decorum voor haar uit den boze. Zulke eentonige achtergrond verzwakt namelijk de aandacht van de luisteraar (magistraat). Bovendien leunt zulke achtergrond niet aan bij een realistische setting van een zittingszaal, die zoveel als mogelijk moet worden gesimuleerd.

In de zittingszaal kan de luisteraar-magistraat haar aandacht verdelen tussen de griffier, de tegenstrever, de aanwezige partijen en andere bewegingen of objecten in de zittingszaal. Het lang fixeren op het gezicht van één persoon op een eentonige achtergrond maakt het moeilijker om de aandacht erbij te houden.

  • Zittend of rechtstaand? Waldron is resoluut voorstander van een rechtstaand pleidooi. Dit heeft een medische en wetenschappelijke reden. Het blijkt aangetoond dat bij (lang) zittend spreken het diafragma dat zorgt voor de regeling van de ademhaling bij het spreken niet goed functioneert. De spreker zal ook sneller vermoeid geraken op die manier.
  • Cadrage van de camera. Waldron is geen voorstander van een close-up van het gezicht onder meer omdat een belangrijk deel van de non-verbale communicatie niet wordt getoond. Ze geeft het voorbeeld van gesticulerende armen die plots (deels) opduiken bij een te nauwe cadrage van de camera. Ze is voorstander van het tonen van een groot deel van de ruimte waarbij de spreker goed zichtbaar is. Dit is opnieuw in het verlengde van de idee dat het visuele van een fysiek pleidooi zo goed als mogelijk gesimuleerd moet worden. In de zittingszaal ziet de magistraat ook niet enkel het gezicht van de pleiter.
  • Presentatie – Stukken. Indien het pleidooi wordt gevoerd op basis van een PowerPoint-presentatie is het voor Mr. Waldron belangrijk dat u zelf ook zichtbaar blijft terwijl u uw betoog houdt. Hetzelfde geldt indien u uw scherm zou delen om bepaald stukken te tonen.
  • Toga? In navolging van het standpunt van een aantal Stafhouders stelt Mr. Waldron dat de advocaat moet kiezen waarvoor hij zich het beste mee voelt. Deontologisch lijkt er geen animo te bestaan om een reglement uit te vaardigen om de toga te verplichten voor digitale zittingen.

Tot slot stond Mr. Waldron nog stil bij het feit dat er verschillende soorten zittingen bestaan waar bepaalde finesses en details in ogenschouw moeten worden genomen:

Zo werd het voorbeeld gegeven van een zitting voor de strafrechter waarbij de rechter, procureur en advocaat zich in de zittingszaal bevinden en de verdachte videocommunicatie aanwezig is. Vooreerst benadrukt Mr. Waldron dat zij zulke setting zou weigeren om diverse redenen. Het gevangenisdecorum waarin de verdachte wordt berecht zou, haar inziens, impliciet altijd meespelen. De te berechten persoon hoort gehoord te worden in een neutrale zittingszaal. Bovendien leert de ervaring dat digitale zittingen niet op dezelfde manier verlopen. Soms kan het sneller gaan, maar soms ontstaat er meer onbegrip en is er minder tijd om na te denken voor de verdachte om te antwoorden op vragen. Indien de advocaat in de zittingszaal is en niet bij zijn cliënt zou deze laatste bepaalde zaken niet kunnen vatten en is er geen overleg.

Er werden nog andere scenario’s besproken waaronder de digitale zitting in een burgerlijke zaak. Is het nuttig dat de cliënt plaatsneemt naast zijn advocaat op zijn kantoor? Wat indien de cliënt vraagt dat hij zelf vanuit zijn kantoor of thuis inbelt? Wat indien hij dan (eventueel onvoorbereid) op vragen moet antwoorden zonder dat een overleg mogelijk is met zijn advocaat?

Wat indien één advocaat vanop afstand pleit en de andere advocaat digitaal? Mr. Waldron stelt dat dit niet de beste setting is om uw zaak kracht bij te zetten.

Het spreekt voor zich dat er nog tal van andere situaties zijn waar het digitale karakter van de zitting zaken op scherp zal zetten en waarover goed moet worden nagedacht.

Rekening houdende met de toenemende besparingen, de zoektocht naar effciëntiewinsten, en de wil om justitie definitief de 21ste eeuw binnen te loodsen, lijkt een welbedachte vorm van digitale zittingen evenwel onafwendbaar. Het is aan de magistratuur en advocatuur om een werkbaar voorstel uit te werken met respect voor de fundamentele rechten op een eerlijk proces.