De schriftelijke rechtspleging als nieuwe standaard ? Justice must not only be done, it must also SEEN to be done

Par Michel Segers, advocaat bij FLINN ingeschreven aan balie van Brussel NL

De regering heeft een bijzonderemachtenbesluit aangenomen met betrekking tot de verlenging van verjaringstermijnen, andere termijnen om in rechte te treden, alsook inzake de schriftelijke behandeling voor de Hoven en Rechtbanken. Het Koninklijk Besluit nr. 2 werd op 9 april 2020 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Verlenging van conclusietermijnen

Het besluit van de regering besliste ondermeer om alle conclusietermijnen te verlengen tot één maand na de crisismaatregelen. Op het moment van het schrijven van dit artikel betekent dit tot 3 juni 2020. Maar zoals we inmiddels weten zullen tal van maatregelen nog een hele tijd van kracht blijven. Wanneer volgens het besluit het dan wel weer “mogelijk” zal zijn om conclusies uit te wisselen is niet duidelijk.

De beslissing om conclusietermijnen automatisch te verlengen is onbegrijpelijk aangezien advocaten perfect verder kunnen werken. Als essentieel beroep kan de advocaat bovendien op kantoor werken of indien hij verkiest langsgaan op kantoor om dossier op te halen of stukkenbundels te kopiëren en te scannen.

Op een moment dat er wordt gevraagd dat de economie zo veel als mogelijk zou blijven draaien, wordt op een onbegrijpelijke manier beslist om advocaten voor het procedurewerk te dwingen tot technische werkloosheid ?

Na enkele weken blijkt echter uit de praktijk dat tal van partijen, Rechtbanken en Hoven zich wel proberen te houden aan de afgesproken conclusiekalenders. Laat ons niet vergeten dat een goede en snelle rechtsbedeling bijdraagt aan een goed draaiende economie om nog te zwijgen van het belang voor een rechtstaat. Deze maatregel maakt het voor partijen met verkeerde bedoelingen om de zaak op de lange baan te schuiven. Denken we maar aan facturen die onmiskenbaar verschuldigd zijn maar pour les besoins de la cause betwist worden, waardoor een gezond bedrijf alsnog in de problemen komt.

Gemiste kans op interactieve digitale zittingen

Het bijzonderemachtenbesluit gaat te ver in het voorrang geven aan de schriftelijke behandeling van de zaak. De schriftelijke behandeling kan enkel vermeden worden als alle (sic) partijen zich daartegen verzetten. In de andere gevallen, dus ook als één van de partijen niet akkoord gaat, beslist de rechter of hij de zaak al dan niet zonder pleidooien in beraad neemt.

De schriftelijke rechtspleging is nooit een succes geworden en werd maar zeer uitzonderlijk gebruikt. Advocaten hebben getracht de procedure te gebruiken (of moeten we zeggen misbruiken) om een snelle uitspraak te provoceren voor zaken voor de Hoven van Beroep waarvoor het soms wachten is op een zittingsdatum tot 2 à 5 (!) jaren.

De Hoven van Beroep hebben daarop vaak gereageerd door zittingen voor mondelinge toelichtingen maanden tot jaren later vast te stellen (Laenens, 2012, p. 438). Het was immers niet de bedoeling dat via de schriftelijke rechtspleging bepaalde partijen trachten ‘voor te kruipen’.

Het is dan ook maar de vraag of de gestandaardiseerde schriftelijke rechtspleging niet meer kwaad dan goed zal doen voor de gerechtelijke achterstand en dit zeker voor nog niet vastgestelde zaken.

Het is een gemiste kans dat justitie (opnieuw) niet mee op de kar is gesprongen van de digitalisering en dit terwijl elk bedrijf, elke familie en elke generatie op dit moment via videoconferentie met elkaar in contact treedt.

Het was het moment om interactieve digitale zittingen te houden waarbij kortere pleidooien worden gehouden en op de essentie wordt gefocussed en waar de magistraat met een aantal rake en precieze vragen de zaak in beraad kan nemen.  In het volmachtenbesluit wordt de digitale zitting op geen enkele wijze aangemoedigd.  Nochtans heeft de FOD justitie licenties aangekocht voor het programma Webex.

Justice must not only be done, it must,…

Ook in tijden van sanitaire crisis is het belangrijk, voor het behoud van het vertrouwen in de rechtstaat, dat (digitale) zittingen de norm blijven en dit zeker als minstens één van de procespartijen erom verzoekt. Des te meer is dat nodig in gevoelige, technische of complexe zaken.

Meer dan eens zorgt de catharsis van een zitting, de interactie tussen rechtbank, partijen en hun raadslieden vaak voor bijkomende inzichten, waarheidsvinding en kwaliteitsvolle rechtspraak, maar ook voor loutering en genoegdoening bij procespartijen die (ook in burgerlijke zaken) gehoord willen worden.